2013-2014


HET EERSTE ACHTTAL, SEIZOEN 2013-2014

De eindstand in de 1e klasse B:

Rang Team Gesp. Winst Gelijk Verlies Punten Bordpnt.
 1  Paul Keres 4 9 8 0 1 16 44
 2  DBC 1 9 7 1 1 15 43
 3  Utrecht 3 9 6 0 3 12 38½
 4  Barneveld 1 9 5 1 3 11 40½
 5  Amersfoort 4 9 2 5 2 9 38
 6  Baarn 1 9 4 1 4 9 38
 7  De Giessen en Linge 2 9 2 2 5 6 34
 8  Doorn-Driebergen 1 9 2 2 5 6 32
 9  De Rode Loper 2 9 3 0 6 6 31
10  Rivierenland 2 9 0 0 9 0 21
               

De persoonlijke scores:

Spelers Partijen Punten
 Johan de Groot 8
 Rob van Vuurde 9
 Gerrit Jan Hoevers 9 4
 Gert Legemaat 9 4
 Joost Zwaan 9 4
 Geert Roelof vd Ploeg 9
 Rik van Drie 6 3
 Peter Egelie 3 2
 Meinko Ronner 9 2
 Jan van Ruler 1 ½

Gert redt!

Het vlaggenschip van Doorn-Driebergen blijft in de eerste klasse varen, zoals het dat al sinds 1988 onafgebroken doet. Met dank aan Gert Legemaat, want we waanden ons reeds gedegradeerd.

Het is altijd prettig als je snel op voorsprong komt. Daar zorgde invaller Peter Egelie voor met een knappe koningsaanval. De anderen konden zich nu wat gemakkelijker een puntendeling permitteren en het begon dan ook prompt remises te regenen. Die van Meinko Ronner was het knapst. Gert had hem aan bord 2 gezet onder het motto: Meinko scoort beter tegen sterke dan tegen zwakke spelers, zoals hijzelf net had ervaren. Het klopte: Meinko stond iets beter toen hij remise aanbood. De remises van Rob van Vuurde, Joost Zwaan en Rik van Drie waren meer van het type ‘pot’.

Zo stonden we om tien uur met 3-2 voor en onze kanonnen zaten nog achter het bord. Die zouden toch zeker één puntje afleveren, dachten we. Dat werd dus schrikken. Geert Roelof van der Ploeg ging in een moeizame laveerpartij kopje onder tegen zijn grootste vijand de klok. Gerrit Jan Hoevers had het de hele partij heel lastig tegen een veertienjarig talentje, die niemand van ons graag als tegenstander treft. In een slecht staand lopereindspel gaf Gerrit Jan zijn loper weg.

De druk lag nu op Gerts schouders en we weten allen dat hij daar als geen ander mee om kan gaan. Jammer alleen dat hij verloren stond. Het was een scherpe partij geweest met wisselende kansen waarin zijn tegenstander aan het langste eind leek te trekken. Hij stond een kwaliteit voor en had een gevaarlijke aanval. Gert deed het enige wat je dan moet doen: als alle zetten slecht zijn dan offer je een loper. Hij joeg vervolgens met dame en toren de vijandelijke koning over het bord, her en der wat pionnetjes oprapend. Zijn hoop was gevestigd op een fout van zijn tegenstander wiens klok soms vijftig dan weer tien seconden aanwees. Normaliter was het niet gelukt, maar nu wel. Gert kaapte een toren en stond opeens drie pionnen voor. Een historische winstpartij met een ongekend zinderend slot.

Amersfoort 4 Doorn-Driebergen 1 4 – 4
1. Wim Lamme 1804 Rik van Drie 1879 remise
2. Ruud Küchler 1795 Meinko Ronner 1661 remise
3. Ed van de Gevel 1797 Geert Roelof vd Ploeg 1828 1 – 0
4. Erwin Komrij 1765 Gert Legemaat 1914 0 – 1
5. J. Landman 1730 Peter Egelie 1668 0 – 1
6. Samuel Vandeputte 1522 Gerrit Jan Hoevers 1834 1 – 0
7. Bert Lardenoye 1669 Rob van Vuurde 1790 remise
8. Sytze van der Velde 1684 Joost Zwaan 1769 remise

De voorlaatste kans verspeeld

Tegen Baarn de derde opeenvolgende nederlaag geleden en dus bivakkeren we nu op de voorlaatste plaats. Is dat een degradatieplaats? Je weet het nooit, er wordt al gefluisterd dat er maar één team degradeert. We mogen het er niet op aan laten komen.

We begonnen met twee nullen. Meinko Ronner en Joost Zwaan kregen allebei een lastige variant van het Siciliaan voor de kiezen. Meinko met zwart het Morragambiet en Joost met wit de op onze club toch zo bekende O’Kelly variant. Ze kwamen er allebei niet goed uit. Gelukkig maakte Geert Roelof van der Ploeg de stand weer wat draaglijker. Hij schijnt extern over de grootste tijdsobsessies heen te zijn.

Het werd 3-2 voor Baarn door verlies van Rik van Drie (een gedwongen kwaliteitsoffer waarna zijn tegenstander helaas niet in een torenoffer trapte) en winst van Gerrit Jan Hoevers (probeerde de stelling te forceren en dat pakte goed uit). De situatie werd kritiek toen ook Rob van Vuurde door de knieën ging. Zijn tegenstander offerde een stuk tegen 1,2 3 en zelfs even 4 pionnen. Dat was te veel van het goede.

Onze strohalm lag op de twee topborden. Het kon daar nog alle kanten uit, met vier spelers in tijdnood. Het regende tiensecondetjes. Het strovuurtje gloeide op toen Johan de Groot na een reeks van schaakjes zijn tegenstander op de knieën kreeg. Helaas ging het bij Gert Legemaat net andersom. Toen hij zijn dame aan de verdediging onttrok was het snel gedaan. Een 3-5 nederlaag en dus kunnen we ons opmaken voor de laatste kans, tegen Amersfoort 4.

Doorn-Driebergen 1 Baarn 1 3 – 5
1. Gert Legemaat 1891 Paul Losekoot 2098 0 – 1
2. Johan de Groot 1950 Ashley Krishnasing 1969 1 – 0
3. Geert Roelof vd Ploeg 1816 Daan Lensink 1793 1 – 0
4. Rik van Drie 1879 Yme Brantjes 1895 0 – 1
5. Gerrit Jan Hoevers 1834 Marco Meijer 1876 1 – 0
6. Joost Zwaan 1769 Kasper Wiegers 1827 0 – 1
7. Meinko Ronner 1661 Ed Duister 1745 0 – 1
8. Rob van Vuurde 1790 Michiel van Schaik 1652 0 – 1

Door de klok verslagen

Vriend en vijand volgden ademloos de strijd aan het laatste bord, de laatste partij. De stand was 3.5-3.5 en beide teams konden de punten goed gebruiken. Rob van Vuurde leek beter te staan en zijn tegenstander had veel tijd moeten gebruiken maar had ondanks de druk van de klok een venijnige tegenaanval ingezet. Rob had alle tijd om te wikken en te wegen.

De gelijke stand was na een verbeten en gelijk opgaande strijd tot stand gekomen. Rik van Drie had zijn tegenstander overspeeld. Gerrit Jan Hoevers deed net of zijn fout een stukoffer was in ruil voor twee pionnen die vlot de winst binnenbrachten. Dit gaat goed dacht Meinko Ronner en accepteerde remise ten dienste van het team in een aanvalsstelling die achteraf duidelijk gewonnen bleek te zijn. Jammer, want het ging eigenlijk niet zo goed: Gert Legemaat en Joost Zwaan verloren en Geert Roelof van der Ploeg zat in tijdnood. Johan de Groot had zijn tegenstander weliswaar aan de rand van de afgrond gebracht, maar zijn pogingen om tussen de eeuwig schaakdreigingen door een winstweg te vinden kostten ook hem veel tijd. Nu bleek de verandering die de digitale klok meebrengt: door de klok jagen kan niet meer. Elke zet levert tien seconden op; genoeg om de zetten te herhalen. Meer zat er niet in net als bij Geert Roelof.

Kun je iemand niet meer door de klok jagen? Dat is nog maar de vraag, zo bleek bij de partij van Rob. Hij had intussen de problemen opgelost en in een dame-eindspel twee mooie verbonden vrijpionnen. Lastig zo’n eindspel met al die schaaks. Zijn opponent mocht blij zijn met eeuwig schaak gezien zijn penibele tijdsituatie. Maar dat deed hij niet! Zijn team had weinig te winnen met 4-4. Waar speelde hij dan op? Blijkbaar op een grove fout van Rob of op de vlag. En ieder zag het gebeuren. De grote voorsprong in tijd was voor Rob ongemerkt verdwenen in zijn poging om de betere stand om te zetten in winst. Hij zag niet dat ook hij in tijdnood kwam. Zetten Rob, zetten; je hoorde het iedereen denken. Kijk op de klok Rob! Eén blik zou voldoende zijn geweest; met zijn zet zou tien seconden gewonnen zijn, ruim genoeg voor een zekere remise. Helaas.

Doorn-Driebergen 1 De Rode loper 2 3½ – 4½
1. Gert Legemaat 1891 Jan Prins 1963 0 – 1
2. Johan de Groot 1950 Hans Nijland 1744 remise
3. Geert Roelof vd Ploeg 1816 Jaap Kamminga 1670 remise
4. Rik van Drie 1879 Kees Volkers 1737 1 – 0
5. Gerrit Jan Hoevers 1834 Frank Plomp 1648 1 – 0
6. Joost Zwaan 1769 Victor van Bergenhenegouwen 1757 0 – 1
7. Meinko Ronner 1661 Hans Bernink 1813 remise
8. Rob van Vuurde 1790 Rene de Korte 1661 0 – 1

De weg kwijt in de zeven steegjes

Bij Paul Keres is het de gewoonte de spelers in een bondswedstrijd van tevoren de uitslag te laten voorspellen. Wie hem goed raadt wint een gratis drankje. Wij traden massaal als underdog naar voren. Rob van Vuurde maakte het wel heel bont: 6½-1½ voor de Steegjesbewoners. Volgens hem is dat bij ons tegen sterke tegenstanders de meest gangbare uitslag. Achteraf bleek hij er niet ver naast te zitten, het werd 6-2. Overigens gooide hij door te winnen zijn eigen glaasje in.

We begonnen niet slecht. Alleen aan het eerste bord zag het er algauw zorgelijk uit. Maar toen de tegenstander van Gert Legemaat enigszins overmoedig werd, leverde dat bord juist het eerste halve punt op. Na ruim twee uur spelen stond het 1½-1½. Rob won doordat zijn tegenstander een tactische wending over het hoofd zag. Meinko Ronner had met goed spel een kwaliteit gewonnen maar werd toen geconfronteerd met wat hij noemde de ‘krachtzet Ph6’ die zijn tegenstander een winnende aanval verschafte.

Hoewel we gelijk stonden stemde een rondgang langs de borden bepaald niet vrolijk. Alleen Geert Roelof van der Ploeg en Gerrit Jan Hoevers leken nog uitzicht op een half of heel punt te hebben. Peter Egelie die drie pionnen achterstond werd het eerstvolgende slachtoffer. Nadat Geert Roelof na een complexe partij met remise genoegen had genomen, ging Johan de Groot in verloren stelling door zijn vlag. Kort daarna streek Joost Zwaan zelf zijn vlag, overweldigd door een indrukwekkende centrumaanval op zijn koning. Gerrit Jan ging als laatste ten onder. Hij leek remise op zak te hebben maar ergens ging het toch nog mis.

Paul Keres 4 Doorn-Driebergen 1 6 – 2
1. Jesse Bassant 1972 Gert Legemaat 1891 remise
2. Jeroen Bakker 1931 Johan de Groot 1950 1 – 0
3. Ernst van der Vecht 1930 Geert Roelof vd Ploeg 1816 remise
4. Klaas Veldhuijsen 1879 Gerrit Jan Hoevers 1834 1 – 0
5. Ronald Gouma 1879 Rob van Vuurde 1790 0 – 1
6. Conrad Kiers 1870 Joost Zwaan 1769

1 – 0
7. Kees Vreeken 1864 Peter Egelie 1668 1 – 0
8. Rolf Dijksterhuis 1936 Meinko Ronner 1661 1 – 0

Gelijk tegen de Giessen en de Linge

Dat een eenvoudig dorpje als Giessenburg zo’n sterke schaakclub heeft, dankt het aan een fusie een paar jaar geleden. Het eerste achttal speelt in de derde klasse KNSB en bestaat voornamelijk uit spelers van het vroegere Regiohakkers. Wij hebben in de eerste klasse de grootste moeite tegen hun tweede achttal. Het hakt er ook lustig op los, herinneren we ons van vorig jaar. Nu waren we blij met een gelijkspel.

Het begin beloofde niet veel goeds. We kwamen met 2-0 achter door nederlagen van Rik van Drie (‘in goede stelling nooit offeren’) en Rob van Vuurde (‘speelde als een oude krant’). Gelukkig bracht Gerrit Jan Hoevers de spanning terug. Hij trok vanuit de opening fel ten aanval wat zijn tegenstander meende te moeten beantwoorden met een tegenaanval. Dat brak hem finaal op. Deze stand bleef lang op het bord. We kwamen op een 3-1 achterstand doordat Geert Roelof van der Ploeg zijn goede stelling door het tikken van de klok zag verpulveren.

Johan de Groot zorgde dit keer voor de aansluitingstreffer. In een mooie aanval vol aftrekschaakjes dwong hij zijn jeugdige tegenstandster op de knieën. Meinko Ronner had al vroeg een positioneel kwaliteitsoffer gebracht dat zich op lange termijn uitbetaalde in een half punt. Daarna was het aan onze nestor Joost Zwaan om de stand gelijk te trekken. Hij deed dat op zijn bekende wijze in een geraffineerd toreneindspel. Zo kwam de beslissing in handen van Gert Legemaat te liggen. Na lang gemanoeuvreer kreeg hij een stuk tegen twee pionnen, maar ook een hevige tijdnood. Zijn eigen pionnen gingen alle van het bord waarna remise het hoogst haalbare werd. Voor zijn tegenstander zat er ook niet meer in, mede dankzij de nieuwe denktijdregeling.

Doorn-Driebergen 1 De Giessen en Linge 2 4 – 4
1. Gert Legemaat 1898 Henk Boot 1958 remise
2. Johan de Groot 1955 Milly Schakel 1831 1 – 0
3. Geert Roelof vd Ploeg 1792 Eddy Korevaar 1796 0 – 1
4. Rik van Drie 1871 Hans Karelse 1806 0 – 1
5. Gerrit Jan Hoevers 1863 Tony Else 1792 1 – 0
6. Joost Zwaan 1745 Ernst Delwel 1699 1 – 0
7. Meinko Ronner 1676 Louis Rutgers 1688 remise
8. Rob van Vuurde 1763 Ton Lodder 1701 0 – 1

Onnodig nipt in Barneveld

Op papier leken onze gastheren in Barneveld iets sterker dan wij. Aan zes van de acht borden hadden ze een hogere rating. Maar papier is geduldig en de werkelijkheid weerbarstig. We hadden weer met 6½-1½ kunnen winnen, maar het had ook verkeerd kunnen aflopen. Van de drie verloren partijen heeft alleen Gert Legemaat vanaf het begin weinig kans gehad.

Daarentegen gaven Gerrit Jan Hoevers en Meinko Ronner ‘gewonnen’ stellingen uit handen. De een door met het verkeerde stuk te slaan, de ander door twee zetten te verwisselen. Het begin was veelbelovend. Geert Roelof van den Ploeg deed weliswaar weer alsof het een correspondentiepartij was, maar deze keer gebruikte hij zijn tijd heel nuttig: zijn pionnen marcheerden onweerstaanbaar richting promotieveld. Daarna wist Joost Zwaan met mooi positiespel zijn sterke tegenstander op de knieën te dwingen en voegde invaller Jan van Ruler een halfje-plus aan het totaal toe.

Toen ook Rob van Vuurde zijn koningsaanval met stukwinst bekroond zag stonden we zomaar met 3½-½ voor. De overwinning lonkte, maar zoals gezegd, het kon nog misgaan. Gert, Meinko en Gerrit Jan stonden op verlies. De hoop richtte zich op Johan de Groot, die een paard tegen drie pionnen had. Kan hachelijk zijn. Hoe hij het deed heb ik niet gezien maar opeens bleek zijn dame te paard een geslaagde matcharge te hebben uitgevoerd. De nipte overwinning was binnen.

Barneveld 1 Doorn-Driebergen 1 3½ – 4½
1. Bruun van de Laar 1876 – Gert Legemaat 1898 1 – 0
2. Robin van Ee 1886 Johan de Groot 1955 0 – 1
3. Gert van Surksum 1893 Geert Roelof vd Ploeg 1792 0 – 1
4. Rijk van den Bosch 1900 Joost Zwaan 1745 0 – 1
5. Kevin v Brummelen 1974 Gerrit Jan Hoevers 1863 1 – 0
6. Jan Lambooy 1748 Jan van Ruler 1705

remise
7. Andries van Dulken 1792 Rob van Vuurde 1763 0 – 1
8. Bert Renden 1778 Meinko Ronner 1676 1 – 0

Zelf ook eens 6½ punt scoren

Het was erop of eronder. Als we tegen het tweede van Rivierenland niet wisten te winnen dan konden we het dit jaar wel schudden. Zij stonden net als wij puntloos onderaan. We begonnen de wedstrijd vol goede moed. Vorig jaar hadden we van hun eerste achttal ietwat ongelukkig met 4½-3½ verloren. De opgave leek dus te doen. En dat was hij.

We begonnen voortvarend met twee snelle overwinningen. Joost Zwaan had tegen een ontspoorde Scandinaviër slechts tien zetten nodig en Rob van Vuurde deed het in achttien zetten in een Pirc met een open h-lijn. Maar daarna was het lang wachten op het volgende punt. Toen de kruitdampen optrokken lachten meerdere punten ons toe. Alleen Meinko Ronner voerde met een kwaliteit minder een verloren strijd. Gerrit Jan Hoevers maakte er 3-0 van nadat hij zijn tegenstander helemaal tegen de achterlijn had teruggedrongen. Vervolgens mocht Buren en omgeving een halfje bijtekenen omdat de partij van Geert Roelof van der Ploeg helemaal vastgelopen was.

Het winnende punt kwam van Gert Legemaat die in een dame-eindspel liet zien hoe een paard sterker kan zijn dan een loper. Ook in het eindspel van Peter Egelie gaf een sterk paard de doorslag. De zware stukken waren van het bord en de winst leek dichtbij, maar Peter deed het op zijn gemak. Daardoor kon Johan de Groot eerst nog een puntje toevoegen. Ook dat eindspel met lopers van gelijke kleur en een pion meer vergde veel manoeuvreerwerk. Maar dat is Johan wel toevertrouwd. Zo kwamen we uit op 6½ punt, precies genoeg om de nederlaag in de vorige wedstrijd te neutraliseren.

Doorn-Driebergen 1 Rivierenland 2 6½ – 1½
1. Gert Legemaat 1898 Aat Liefbroer — 1 – 0
2. Johan de Groot 1955 Ruth Woning 1729 1 – 0
3. Geert Roelof vd Ploeg 1792 Henk den Braber 1791 remise
4. Joost Zwaan 1745 Ben Driessen 1726 1 – 0
5. Gerrit Jan Hoevers 1863 Frans Brekelmans 1716 1 – 0
6. Peter Egelie 1647 Peter Brandsma 1668 1 – 0
7. Meinko Ronner 1676 Jeroen Brandsma 1651 0 – 1
8. Rob van Vuurde 1763 Rob Wenink 1695 1 – 0

Een lastige uitwedstrijd in Utrecht

Tegen de achttallen van een club als Utrecht kun je maar beter geen uitwedstrijd spelen. Het is op papier een grote en sterke vereniging maar aan de discipline schort het nog wel eens. Ze hebben vaak invallers nodig en dat geeft in uitwedstrijden problemen, terwijl ze thuis dan gewoon een blik met schaakgrootheden opentrekken. Dat laatste trof vooral Meinko Ronner, die aan bord acht een negentienhonderder tegenover zich kreeg. Kortom: onze staart kwispelde machteloos. Maar ook de anderen hadden het zwaar.

Aanvankelijk leek het nog aardig gelijk op te gaan. Met name Gert Legemaat en Joost Zwaan wisten veelbelovende stellingen op te bouwen. Maar toen Rob van Vuurde verkeerd afruilde en daardoor een vorkje voorgeprikt kreeg was de eerste nul over de dam. Meinko moest spoedig ook het moede hoofd buigen en zelfs Joost raakte in moeilijke complicaties het spoor kwijt.

De hatelijk 0-3 stond gelukkig alleen maar op een virtueel bord. Er ging enige tijd overheen alvorens het ook nog 0-4 werd. Geert Roelof van der Ploeg kreeg een moedig kwaliteitsoffer niet uitbetaald. Het eerste halve puntje kwam er dan toch. Het was van de hand van Gert die lang op meer had gehoopt. Het toreneindspel met een pluspion was echter niet te winnen. Pas nadat Johan de Groot en Gertjan Hoevers de vijfde en zesde nul hadden geïncasseerd, kon Rik van Drie de enige winst binnenslepen. Dat was een gevecht op het scherp van de snede, inclusief tijdnood, waarin het niet duidelijk was wie er op winst speelde. Vermoedelijk allebei, maar Rik won.

Utrecht 3 Doorn-Driebergen 1 6½ – 1½
1. Henk van den Bos — Gert Legemaat 1898 remise
2. Evert de Graaf 1942 Johan de Groot 1955 1 – 0
3. Gillian Visschedijk 1885 Geert Roelof vd Ploeg 1792 1 – 0
4. Johan Voskuil 1806 Rik van Drie 1871 0 – 1
5. Olivier Huizer 1818 Gerrit Jan Hoevers 1863 1 – 0
6. Ingmar van Herpt 1848 Joost Zwaan 1745 1 – 0
7. Marc Speijers 1846 Rob van Vuurde 1763 1 – 0
8. Peter de Jong 1929 Meinko Ronner 1676 1 – 0

DBC 1 bleek een maatje te groot

Het eerste achttal van De Biltse Combinatie geldt als een van de favorieten voor het kampioenschap, wellicht samen met Paul Keres 4. Het team heeft jarenlang in de Promotieklasse gespeeld, tot het vorig seizoen degradeerde. We konden dus meteen in de eerste ronde onze borst nat maken, maar dat heeft niet geholpen.

Toch ging het lange tijd gelijk op. We startten met drie remises: van Gert Legemaat, knap tegen de oud-kampioen van Zeist, Rik van Drie en Meinko Ronner. In geen van die partijen is het evenwicht verstoord geweest. Daarna volgde weliswaar een nederlaag van Gerrit Jan Hoevers, die het vanaf de opening moeilijk had en geleidelijk van het bord werd geschoven. Maar Rob van Vuurde trok de stand weer gelijk. Met eerst een kwaliteit en later een stuk voor was het in het eindspel nog een heel gesjor om de vis op het droge te krijgen.

Hoewel de stand 2½-2½ lang op het bord bleef, versomberden onze perspectieven al gauw. Johan de Groot had in kansrijke positie een toren geofferd maar zag zijn aanval vastlopen. Geert Roelof van der Ploeg worstelde in zijn debuut tegen een sterke tegenstander èn de klok, en verloor helaas van beide(n). Alleen Joost Zwaan kon nog in een gedegen eindspel een halfje aan ons totaal toevoegen waarmee de eindstand 5-3 voor DBC werd.

Doorn-Driebergen 1 DBC 1 3 – 5
1. Gert Legemaat 1898 Janton van Apeldoorn 2076 remise
2. Johan de Groot 1955 Paul van der Klein 2093 0 – 1
3. Geert Roelof vd Ploeg 1792 Thijs Dam 1973 0 – 1
4. Rik van Drie 1871 Onno Kooy 1799 remise
5. Gerrit Jan Hoevers 1863 Ron Smit 1813 0 – 1
6. Joost Zwaan 1745 Dick Berkelaar 1844 remise
7. Meinko Ronner 1627 Ben van der Laan 1852 remise
8. Rob van Vuurde 1763 Bart van Tooren 1775 1 – 0

Reageren is niet mogelijk